De pastini
“Ze noemen het heroïsche landbouw, maar wij zijn geen helden, wij zijn boeren. En een boer weet dat je horizontale grond nodig hebt om te kunnen telen. Hier zijn alleen maar puntige bergen, dus we dachten: laten we een gigantische trap aanleggen en op elke trede wijnstokken en tomaten, en appelbomen en aardappelen planten... hiervoor hoef je geen held te zijn, je moet alleen je handen uit de mouwen te steken”, grappen de grootouders, terwijl ze vertellen over het harde werk dat kilometers en kilometers terrassen op de steile Alpenhellingen heeft opgeleverd. Elk van de terrassen wordt ondersteund door stapelmuren, containers van aarde en geheugen, veranderend in de tijd maar geschikt om een landschap dat met hard werken en respect is gebouwd in evenwicht te houden. En van een afstand zien ze er echt uit als reuzentrappen, golvend in de schaduw van de ochtendnevel, weelderig met planten en fruit.
De Val di Cembra is met zijn meer dan 700 kilometer stapelmuren een voorbeeld bij uitstek van dit ongelooflijke aanpassingsvermogen. De berg wordt een verticale tuin, met de geur van hectares wijnranken. De terrassen worden hier – net als in Val di Non – pastini genoemd, een dialectterm die waarschijnlijk is afgeleid van het Latijnse pastinum, een landbouwwerktuig dat lijkt op een houweel en dat wordt gebruikt om de grond te bewerken.
De lokale gemeenschap, die zich bewust is van de enorme culturele, landschappelijke en ecologische waarde van deze landelijke architectuur, heeft besloten de eeuwenoude kennis en inspanning niet door de tijd te laten uitwissen: naast de boeren zijn tegenwoordig vrijwilligers, verenigingen en overheidsinstanties actief betrokken bij de werkzaamheden. De voorgestelde initiatieven zijn talrijk: culturele trajecten, cursussen voor scholen en toeristen, of netwerken van familiewijnhuizen zoals Cembrani DOC die samenwerken om het gebied, de mensen en de lokale producten te bevorderen. De architectuur, bebouwing en cultuur van de pastini zijn een traditie en een keuze voor de toekomst.